Hulp bij leren

Opvoeden van kinderen

Het basisprincipe van omgaan met een kind is, dat het een persoon is, net als wij.

Ze hebben talenten, bezittingen, ze willen geraadpleegd worden over zaken die hen betreffen.

Het verschil is dat ze een klein lichaam hebben en dat ze heel veel energie nodig hebben om dat lichaam te laten groeien.

Dus meer rust dan wij, eiwitrijke en vitaminerijke voeding, en geen junkfood.

Vermoeidheid en energieloosheid is de oorzaak van vervelend gedrag. En zeg nou zelf: wij zijn ook niet op ons best als we moe en hongerig zijn.

Hier volgen een paar tips:
– Maak afspraken als je zoon of dochter goed aanspreekbaar en uitgerust is. Leg hem of haar uit wat de situatie is die je wilt oplossen en vraag eerst naar zijn oplossingen. Voorbeeld: je zoon wil geen ontbijt voordat hij naar school gaat. Dat levert een probleem op omdat hij honger krijgt zodra hij een half uur op school is en is dan vervelend in de klas.
Dat is lastig voor de juf, voor de andere kinderen en voor hemzelf, omdat het niet prettig is om honger te hebben en niet mee te kunnen doen. Vraag: “Heb jij een idee hoe we dat kunnen oplossen?” Stem in met een zinnige oplossing en doe zelf ook voorstellen als er een impasse is. Bespreek ook de straf als hij zich niet aan de afspraak houdt.

 

– Als er een situatie is waarin een kind gestuurd moet worden, wissel dan communicatie af met sturing. Voorbeeld: Het is een doordeweekse dag. Je wilt je kind om 19.00 naar bed brengen. Het is 18.45. Ouder: “Wat zit je lekker te spelen/tekenen, wat ben je aan het maken?”. Kind: “Dit is een boef, en hij……” Ouder: “mooi/spannend/leuk. En wat is dat? ( etc even ingaan op zijn creatie) Schat, het is nu bijna 7 uur, om 7 uur is het bedtijd.” Kind: “Ik wil nog niet naar bed. Ik moet dit nog afmaken.” Ouder: “Ja, dat zou wel fijn zijn, he?. Je mag nog even verder spelen/tekenen. Het is nog geen 7 uur.” Vervolgens als het 7 uur is, zeg je: “Kom, we gaan naar boven/in bad/naar bed”. Kind: “Maar het is nog niet af” Ouder: “Nee ik zie het”. Dan doen we dat morgen.” Niet de opdracht met woorden herhalen maar zoon/dochter met zachte drang meevoeren naar boven.

 

– Kleding, speelgoed is aan het kind gegeven. Hij mag bepalen wat ermee gebeurt. Hoe zou je het vinden als jou wordt verteld dat je je spullen moet delen met een vriendje of vriendin?
Voorbeeld: Je zoon is 4 jaar. Er komt een nichtje van 3 uit logeren. Ze speelt leuk met de Duplo, waar je zoon inmiddels niet meer mee speelt. Als je zoon zegt dat zijn nichtje daar niet mee mag spelen, zeg dan niet: “Zij mag daar wel mee spelen want jij speelt er nooit meer mee.” , terwijl je de Duplo aan het nichtje geeft. Maar zeg b.v.: “Ok. Is er iets waar ze wel mee mag spelen?” Grote kans dat hij dan zegt, dat ze wel met de Duplo mag spelen. En anders krijgt je nichtje wat om mee te spelen van jou. Als is het maar papier en potlood of houten lepels uit de keukenla.
Als je hem op die manier raadpleegt, zal hij juist niet bezitterig worden en bereid zijn om te delen.

 

– Als je kinderen na school lekker aan het spelen zijn maar zo tegen vijven lopen ze te ruziën: geef ze iets hartigs te eten: Soep of een boterham met pindakaas en de ruzie is over.

 

– Vraag je af is het belangrijk? Wil je dochter perse haar nieuwe gympen aan als er een laarzenpad wandeling op het programma staat? Bespreek met haar dat de gympen vies en nat zullen worden. En dat ze geen nieuwe krijgt als dat inderdaad gebeurt. Als ze dan nog haar gympen wil dragen, laat het dan los; het zijn haar gympen.

Des te meer zal ze luisteren als het echt ergens over gaat, zoals buiten willen spelen als het stormt of met een verkeerd vriendje thuiskomen.

 

Bel voor een persoonlijk consult 0356975030 of 0611510682.